Op eigen kracht

Theo Buitendijk (1975). Ruim 12,5 jaar werkte hij bij de politie, toen het misging. Er werd werkgerelateerde PTSS geconstateerd hetgeen ertoe leidde dat hij voor 100 procent werd afgekeurd. Zijn verhaal zal voor veel BNMO-leden herkenbaar zijn. Een verhaal dat in de Kareoler thuishoort omdat het niet alleen laat zien hoeveel de BNMO voor deze doelgroep kan betekenen, maar ook hoe mensen zoals Theo Buitendijk de BNMO kunnen verrijken. Door elkaars ervaringen te delen. Door te laten zien hoe je voor een groot deel met eigen kracht uit een diep dal kunt komen. Zolang er maar lotgenoten zijn die je er door te luisteren doorheen trekken.

Een interview. Buitendijk wil zijn verhaal graag vertellen, maar ziet er tegelijkertijd ook tegenop. Toch praat hij makkelijk. Het hart op de tong. Een echter Rotterdammer. Iemand die voor hetere vuren heeft gestaan. Het begin van het interview zit vol emotie, vol krachtige uitspraken. In zeer stevige bewoordingen uit Buitendijk hoe hij hevig teleurgesteld is geraakt in de manier waarop de politieorganisatie hem heeft laten vallen. Zijn loopbaan eindigde op zijn 34e. Hij was rechercheur en lid van het Team Grootschalig Onderzoek (TGO) waar zaken met grote impact behandeld worden. “Door een opeenstapeling van gebeurtenissen ging het mis met me. Zo had ik op een dag te maken met een zevenvoudige moord waarbij ik diverse werkzaamheden voor mijn rekening nam, zowel in Nederland als in Duitsland. In mijn werk voor het TGO kwam je in aanraking met de meest heftige zaken. Maar hoe je daar als persoon zelf mee om moest gaan, hoe je je moest wapenen om te voorkomen dat het je allemaal te veel zou worden, werd je niet geleerd. Het enige wat ik van bedrijfsmaatschappelijk werk kreeg was een Teleac-cursus omgaan met stress waarvan ik de leerstof zelf mocht kopiëren. Je huiswerk mocht je vervolgens inleveren om het met maatschappelijk werk te bespreken. Dat was het dan. Maar je keek wel uit wat je wel en niet vertelde over wat je voelde en dacht. Je wist dat je baas inzage had in de dossiers.” Buitendijk voelt opnieuw de woede in hem opkomen en kan even niet de woorden vinden om uit te drukken wat hij wil zeggen. “Waarom lukt het me niet om de juiste woorden te vinden?”, vraagt hij aan Kareolerredacteur Stephanie Schoenmaker aan die tijdens het interview naast hem zit. “Omdat de emoties je even te veel worden. Nu gewoon even rustig worden”, zegt Schoenmaker die vanuit haar eigen ervaring met PTSS weet hoe Buitendijk zich op dit moment voelt. Buitendijk en Schoenmaker hebben elkaar via Facebook leren kennen en hebben elkaar al lange tijd door dik en dun gesteund. Gewoon op afstand, zonder elkaar ooit te zien. Schoenmaker heeft met haar ervaringen als militair in Afghanistan alle begrip voor de oud-politieman die in zijn eigen familie soms niet eens begrepen wordt. Maar zijn slechte ervaringen met zijn politiecollega’s deren hem nog het meest.”Je kunt binnen de politie met niemand afspraken maken. Het is een groot machtsspel waarbij ze je van de ene op de andere dag laten vallen. Juni 2006 waren er op mijn bruiloft zo’n 30 collega’s om het geluk met me te vieren, maar nadat ik ziek werd, heb ik nooit meer iemand van hen gezien.”

Ziek

Toen het werk hem te zwaar werd, probeerde Buitendijk thuis niets te laten merken, maar hij veranderde, ging meer drinken en werd voor zijn thuisomgeving een totaal ander mens. Op zijn werk voelde hij zich vaak angstig en had hij last van paniekaanvallen. Niemand die het begreep. “Ik kreeg op een gegeven moment ander werk. Dat was vreselijk. Ontzettend geestdodend voor iemand die gewend is op een heel ander niveau bezig te zijn. Ik zat samen

met uitzendkrachten uitgedeelde parkeerbonnen in te voeren. Twee uur invoeren, twintig minuten pauze, twee uur invoeren en weer pauze. De pauzes werden steeds langer. Ik ging fouten maken. Bewust. Maar ook omdat ik op het laatst beneveld van de drank aankwam op mijn werk. Op een gegeven moment kwam ik op de gang een leidinggevende tegen die rook dat ik gedronken had. Hij nam me mee naar zijn kantoor en vertelde me dat hij me, als hij dat wilde, kon ontslaan. “Doe maar”, zei ik. “Trap me er maar uit, dan kan ik thuis lekker feest gaan vieren en doen wat ik wil.” Ontslag kreeg hij niet. Hij mocht naar huis om bij te komen en meldde zich ziek maar zou uiteindelijk nooit meer terugkeren. “Een afscheid heb ik nooit gekregen. In mei 2009 kreeg ik toch wegens langdurige ziekte eervol ontslag, tezamen met mijn oorkonde voor 12,5 jaar trouwe dienst en de daarbij behorende medaille.”

Ambassadeur van de BNMO

Buitendijk constateert dat het tij zich bij de politie inmiddels wel ten goede begint te keren. Al hoopt hij dat het bij het helpen oplossen van de problematiek niet in een machtsstrijd zal ontaarden waarbij andere belangen worden gediend dan de belangen van het individu. “De cultuur bij de politie is zo anders dan bij de krijgsmacht”, gaat hij verder, Schoenmaker knikt instemmend. “Bij de politie is het allemaal veel individualistischer. Wij werken vaak maar kort met elkaar en krijgen niet de band zoals militairen die met elkaar krijgen tijdens een uitzending.”

Alle reden waarom je je zou kunnen afvragen of we bij de BNMO tijdens nazorgdagen en trainingen militairen en politiemensen gescheiden van elkaar moeten begeleiden. Buitendijk is daar heel stellig over: “Combineer die groepen juist maar. Laat ze maar van elkaar leren. Wat de een heeft meegemaakt is niet erger dan dat van de ander.”

Buitendijk is in contact gekomen met de BNMO tijdens een bijeenkomst van Hulp voor Hulpverleners waar hij voormalig BNMO-secretaris Jan Burger tegenkwam. Buitendijk mag zich nu de eerste politieman noemen die BNMO-lid is. “Het lotgenotencontact is heel erg fijn voor mij”, stelt hij. “Maar ik denk dat ik zelf ook een steentje kan bijdragen aan de BNMO. Bijvoorbeeld als nuldelijnshelper, maar ook vanuit een ambassadeursschap waarbij ik de BNMO vertegenwoordig naar de politie toe.”

PTSS hoeft wat Buitendijk betreft niet centraal te staan tijdens dergelijke dagen en sessies. “De vraag is zelfs of je het er überhaupt wel over moet hebben. Soms is het voldoende om met lotgenoten je gevoelens te delen. Dat hoeft niet zozeer met woorden of door het er specifiek met elkaar over te hebben. Verder denk ik dat het tijdens die dagen goed is om fysieke activiteiten met mindfulness te combineren.” Zelf heeft Buitendijk veel baat gehad bij de Rationele Effectiviteits Training (RET), een methode om ongewenst gedrag of emoties van jezelf om te buigen naar meer effectief gedrag of effectievere emoties. Maar ook aan de ‘Trafficlight methode’ van psychologe Helwine Bakker, waarbij je kunt voorkomen dat je mentaal in de rode zone terechtkomt.

Blijven knokken

Gedurende het anderhalf uur durende interview wordt Buitendijk rustiger. Hij vertelt ontspannen over de dingen die hem niet langer deren. Dat hij door Helwine Bakker uitbehandeld is verklaard. Hij vertelt over zijn dromen. De nieuwe auto, een spontaan gepland reisje naar Noorwegen, de wens om iets voor de BNMO te kunnen betekenen. Eenzelfde wens die bij Schoenmaker leefde toen ze het aanbod om redacteur te worden van dit magazine aannam. Mensen zoals Buitendijk en Schoenmaker ZIJN de BNMO. Hun gedrevenheid om lotgenoten te helpen is groot. Mensen die er voor elkaar zijn. Die meehelpen van de BNMO

een organisatie te maken waar ook Defensie inmiddels veel respect voor heeft. Nu de politiewereld nog. Iets waar alle BNMO-leden voor moeten blijven knokken.

Door: Laurens van Aggelen (tekst) & Anne Makaske (foto)