Ik dacht dat ik een uitzondering was!

Wie mij volgt zal het duidelijk zijn dat ik zwaar getraumatiseerd ben geweest door mijn werk als politieman. Vele jaren heb ik in een achtbaan gezeten, rollercoaster vind ik te Amerikaans, en wist me geen raad. Na een lang gevecht met mezelf en met mijn werkgever kwam er een moment dat ik in ieder geval goed genoeg voelde om mijn leven weer op te pakken. Ik gooide de schroom van me af en voelde me niet meer die minkukel die ten onder ging aan zijn werk. Ik ging schrijven, voornamelijk voor mijzelf en daarnaast af en toe voor mijn omgeving. Het was een lange weg om te aanvaarden dat ik niet meer zou kunnen werken en de volledige afkeuring benadrukte nogmaals dat ik werkelijk de gevolgen van mijn PTSS niet helemaal te boven was gekomen. Tegelijkertijd werd ik me ervan bewust dat de PTSS mijn intelligentie niet had aangetast en ook in staat was om wat vrijwilligerswerk te doen. Het houdt me scherp.

Omdat ik gedurende mijn werkzame leven veel bestuursfuncties heb bekleed kon ik met een gerust hart besluiten om mij aan te melden bij de Identiteitsgroep politie van de BNMO. Een vereniging van politiemensen die om reden van beroepsziekte of een dienstongeval niet meer in staat zijn om dat te doen wat zij in het dagelijkse werk deden. Een vereniging die de belangen behartigt van het collectief en hun leden de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan de veelheid van programma’s die de BNMO aanbiedt. Daarnaast zal zij gevraagd en ongevraagd de nationale Politie van adviezen voorzien om bijvoorbeeld te voorkomen dat collega’s ten prooi vallen aan PTSS. Ook de wijze van omgaan met de collega’s die het slachtoffer worden van een dienstongeval dan wel een beroepsziekte.

Even terug naar de aanhef van dit stukje. Lange tijd heb ik gedacht dat ik de enige was die rondliep met ondefinieerbare klachten, zich raar ging gedragen, het niet meer zag zitten en uiteindelijk thuis kwam te zitten en zich volledig voelde losgeweekt van het werk en de collega’s. Inmiddels weet ik beter. Door mijn blogjes en zeker door mijn functie binnen de Identiteitsgroep politie ontmoet ik steeds meer collega’s die eenzelfde weg hebben moeten doorlopen als ik. We zijn niet met tientallen maar met honderden en dat is toch iets waar we wat mee moeten. En met we bedoel ik natuurlijk ook de werkgever die niet meer weg kan kijken. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat binnen het korps de identiteitsgroep politie wordt gezien als een vertegenwoordigend orgaan van een grote groep collega’s met een boodschap waar wat mee gedaan zal moeten worden. Wat dat betreft heeft de voorzitter al aardig de trom geroerd.

Als je bovenstaande leest dan heb je nog geen hapklare brokken en daarom wil ik graag even aangeven wat we op ons programma hebben staan. Naast het aanbod uit de dienstengids BNMO waar onze leden gebruik van kunnen maken denken we aan een dienstenmarkt. Een markt waar vertegenwoordigers van de Nationale Politie, UWV, CZ, Bedrijfsartsen, Bonden en andere partners die betrokken zijn bij het proces binnen beroepsziekten, aanwezig zijn en direct aanspreekbaar op mogelijkheden en onmogelijkheden. In mijn visie de kortste weg naar communicatie waarbij elke vraag wordt beantwoord, leuk of niet leuk.

Op dit moment wordt er gewerkt aan de deelname van de Militaire Prestatie Tocht te Paard waar een aantal politiemensen uit de doelgroep kan worden geselecteerd. Hierover is heeft een mailing onder de leden van de identiteitsgroep Politie plaatsgevonden. Naast het bovenstaande wordt er volop gewerkt aan een trainingsdag of tweedaagse voor de partners, een dag voor pubers en een dag voor jonge kinderen die in het gezin te maken hebben met dat een ouder een beroepsziekte en/of een dienstongeval heeft.

De bestuurssamenstelling van de afdeling Politie binnen de BNMO (de identiteitsgroep) is sinds 3 maart rond en de eerste bestuursvergadering zal gepland worden waarbij in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde komen. De grote behoefte aan de BNMO pas die onder andere de mogelijkheid heeft erop te vermelden dat de eigenaar een beroepsziekte heeft (bijvoorbeeld PTSS en daardoor in paniek kan raken onder bepaalde omstandigheden). De kaart zal duidelijk moeten maken dat het hier een lid betreft van de afdeling Politie van de BNMO. Deze pas zal ook bekendheid moeten gaan genieten binnen de Politie en andere hulpverlenende instanties. Het is aan de afdeling om dit goed in de markt te zetten.

De eerste gesprekken met de korpsleiding, de bonden, VGW etc. zijn geweest en tot nu toe zijn de reacties positief en zal de inzet nu gericht zijn op daden, namelijk het zijn van partner die gevraagd en ongevraagd het collectief zal vertegenwoordigen. Hoe dit uit te bouwen maakt natuurlijk deel uit van de agenda. Wat inmiddels duidelijk is, is dat de politie in tegenstelling tot de krijgsmacht geen traditie kent in het onderhouden van contacten met oud-werknemers of werknemers die om gezondheidsredenen afvallen. Het vertrek bij de politie is redelijk definitief en voor de vertrekkende vaak een duik in een zwart gat. Telkens weer blijkt dat het delen van opgedane ervaringen in het politiewerk heel belangrijk blijven. Ik hoef niet uit te leggen waarom. Daarom zal, bij groei van afdeling Politie van de BNMO, het streven zijn naar geografische onder-afdelingen waar het mogelijk is elkaar te ontmoeten. Ook zal zo de zogenaamde nuldelijners (collega’s die een eerste opvang verzorgen waar nodig) op deze wijze worden georganiseerd, is het plan. Leden worden dan niet meer benaderd door leden van de militaire tak van de BNMO maar van de politie (praat wat makkelijker)

Zoals ik al memoreerde zijn we groeiende, er komen elke week weer nieuwe leden bij, maar om de toegankelijkheid te vergroten zijn we op zoek gegaan naar ambassadeurs en daar hebben we er al een aantal van gevonden. Binnenkort zullen ze zichzelf voorstellen op de website. Er zijn dus volop agendapunten en we gaan een nog drukke tijd tegemoet maar voor een goede zaak. Nog enkele gedachtenspinsels voor ik dit stukje afsluit. Nog steeds overheerst de gedachte bij mij dat de erkenning beroepsziekte een prima besluit is om de juridische weg te bewandelen maar niets zegt over de betrokkenheid van de getroffen politieman/vrouw bij de maatschappij. Het is uiteindelijk het werk geweest dat heeft geleid tot een vorm van invaliditeit. Kijkend naar de krijgsmacht en andere overheidsdiensten zou een passende onderscheiding een welkome vorm van erkenning zijn. Ik heb er niet direct een naam bij anders dan die uit de krijgsmacht namelijk het ‘draag insigne gewonden’. En hoewel het nog niet zo makkelijk lijkt zal er een moment moeten komen dat enige vorm van (na-)zorgplicht bij de overheid komt te liggen. Hoe een en ander gevangen zou moeten worden in wet- en regelgeving behoeft nadere studie maar zal regelmatig op de agenda staan.

Natuurlijk zijn er nog veel meer punten maar voor een startende afdeling is dit al zeer ambitieus. We doen ons stinkende best er wat van te maken. Over tot de laatste regels. Ik ben gestart met het schrijven vanuit de ik-vorm. Ik maak deel uit van de afdeling en ben ook afgekeurd in verband met een beroepsziekte en misschien wel een goed voorbeeld hoe het kan verlopen. Ondanks de beperkte uren die ik geconcentreerd kan werken doe ik dat met plezier. Na een vergadering toe aan rust of zoals na het schrijven van dit stukje weer ruimte maken in mijn hoofd, het moet omdat het kan. Ik verdom het om in het slachtofferbankje te worden gezet. Het leuke is dat buiten de voorzitter om alle andere leden van het bestuur en ambassadeurs eenzelfde weg hebben bewandeld als ik en waarschijnlijk nog fanatieker aan de slag zijn gegaan. En echt voor de collega’s die nu nog ‘in gevecht’ zijn ook voor jullie komt de tijd om terug te kunnen kijken en vast te stellen: “Ik deed ertoe in mijn werk en met mijn ervaringen doe ik er nog meer toe”.

Johan Schuurman
Secretaris Identiteitsgroep Politie BNMO